Lumen en Kelvin zijn de basis als je LED verlichting kiest: lumen bepaalt hoe helder een lamp is en kelvin bepaalt de lichtkleur (warm, neutraal of koel). Maar als een lamp op papier perfect lijkt en in het echt toch tegenvalt, mis je vaak nog een paar belangrijke factoren.

In deze blog bouwen we daarop voort met de “vergeten keuzes” die het verschil maken: CRI (kleurweergave), stralingshoek, verblinding, dimbaarheid en IP-waarde.

Wil je direct inspiratie opdoen? Bekijk alle binnenverlichting »


1) CRI (Ra): waarom licht soms “flets” of “ongezellig” voelt

CRI (Color Rendering Index, ook wel Ra) geeft aan hoe natuurgetrouw kleuren worden weergegeven. Dit is een van de meest onderschatte factoren bij LED verlichting.

  • CRI 80+: prima voor hal, berging, garage en algemene ruimtes.
  • CRI 90+: aanbevolen voor keuken, badkamer (spiegel), woonkamer, kledingkast/inloopkast en winkel/etalage.

Ben je vooral bezig met sfeer in huis? Bekijk tips en verlichting voor de woonkamer »


2) Stralingshoek: spotje of brede bundel? Dit bepaalt je lichtgevoel

Twee lampen met dezelfde lumen kunnen totaal anders aanvoelen door de stralingshoek. Een smalle bundel geeft accentlicht, een brede bundel vult de ruimte gelijkmatiger.

  • Smal (±15–36°): accentlicht (kunst, nis, highlight van werkblad).
  • Middel (±36–60°): algemene spots (gericht maar niet “hard”).
  • Breed (±60–120°): basisverlichting (plafonnières, panelen, gelijkmatige spreiding).

Veelgemaakte fout: te smalle spots als basisverlichting → lichtvlekken en donkere hoeken. Combineer liever breed basislicht met gerichte accenten.


3) Verblinding: vooral belangrijk in keuken en kantoor

Verblinding is dat vervelende gevoel dat je “in de lamp kijkt”. Ook met voldoende lumen kan verlichting oncomfortabel zijn als de lichtbron te fel of verkeerd geplaatst is.

  • Kantoor/werkplek: plaats armaturen slim t.o.v. beeldschermen en kies voor diffuus/gespreid licht.
  • Keuken: voorkom dat spots recht in je ogen schijnen wanneer je aan het aanrecht staat.

4) Dimbaarheid: sfeer begint bij de juiste combinatie

“Dimbaar” betekent niet altijd “mooi dimmen”. Het resultaat hangt af van de combinatie lamp, dimmer en (indien van toepassing) driver.

  • Voor sfeer: kies warmere Kelvin (bijv. 2700K) én dimbaar.
  • Voor flexibiliteit: werk met lichtlagen (basis/taak/sfeer) of verschillende lichtgroepen.

Nog twijfels over hoeveel licht (lumen) of welke lichtkleur (kelvin) je nodig hebt? Check de richtlijnen hier »


5) IP-waarde: belangrijk bij vocht, stof en intensief gebruik

De IP-waarde zegt iets over de bescherming tegen stof en vocht. In badkamers, overkappingen en garages kan dit bepalend zijn voor veiligheid en levensduur.

  • Badkamer: kies armaturen die passen bij de plek (dichter bij water = hogere bescherming).
  • Overkapping/buiten: hogere IP is vaak verstandig voor langdurige betrouwbaarheid.
  • Garage/werkplaats: stof en eventueel vocht kunnen meespelen.

6) Het geheim van een goed lichtplan: werken in lagen

De grootste upgrade komt vaak niet door “meer lumen”, maar door een slim lichtplan met lagen:

  1. Basislicht (gelijkmatig): plafondlamp/panel/downlights
  2. Taaklicht (functioneel): keukenblad, bureau, leesplek
  3. Sfeerlicht (warm/indirect): wandlamp, vloerlamp, LED strip in koof/kast

Snelle checklist

  • Heb ik genoeg lichtpunten (niet één fel punt)?
  • Past de Kelvin bij functie (sfeer vs werk)?
  • Is de CRI hoog genoeg (liefst 90+ in keuken/woonkamer/badkamer)?
  • Klopt de stralingshoek (breed voor basis, smal voor accent)?
  • Is het comfortabel (weinig verblinding)?
  • Moet het dimbaar zijn (en past dat bij je dimmer/driver)?
  • Klopt de IP-waarde voor vocht/stof?

Verder met de juiste keuze? Start met de basis en werk daarna door naar inspiratie per categorie of ruimte.