LED strip voeding kiezen & berekenen

Een LED strip werkt pas écht goed als je de juiste voeding (driver/trafo) kiest én je bekabeling klopt. In deze gids leer je stap voor stap: 12V vs 24V, vermogen berekenen, marge kiezen, spanningsval voorkomen en kabeldikte bepalen (met vuistregels en rekenvoorbeeld).

Veiligheid: een LED strip is meestal 12V of 24V DC (laagspanning), maar de voeding zit aan de 230V-kant. Laat vaste 230V-aansluitingen bij twijfel door een installateur doen.


1) Eerst kiezen: 12V of 24V?

De spanning van je LED strip staat op de rol/strip of in de productspecificaties. Kies altijd een constant voltage voeding met hetzelfde voltage als de strip (12V strip = 12V voeding, 24V strip = 24V voeding).

  • 12V: vaak gebruikt bij korte lengtes en plug-&-play sets. Nadeel: bij hogere vermogens loopt er meer stroom → sneller spanningsval (dimmer einde strip) en dikkere kabel nodig.
  • 24V: ideaal bij langere lengtes of hogere lichtoutput. Bij hetzelfde vermogen is de stroom ongeveer de helft van 12V → minder spanningsval, stabieler licht, vaak dunnere kabel mogelijk.

Vuistregel: wil je langer doorlopend licht (koof, plafondlijn, kastwand)? Kies bij voorkeur 24V. Voor kleine stukken (bijv. 1–3 meter) is 12V prima.


2) Vermogen berekenen (Watt): zo doe je dat

Je voeding moet het totaalvermogen kunnen leveren van alles wat je aansluit (strip(s), eventueel meerdere zones, etc.).

Formule:Watt totaal = (W/m van de strip) × (aantal meters)

Waar vind je W/m? Meestal op de rol of in de productomschrijving. Soms staat er alleen “totaal Watt” (bijv. 24W bij 5 meter). Dan is dat al het totale vermogen.


3) Kies altijd marge (heel belangrijk)

Neem geen voeding die exact op het berekende wattage zit. Een voeding die continu op 100% draait wordt warmer, gaat vaak korter mee en kan sneller uitvallen.

Advies: kies een voeding met 20–30% extra vermogen.

Rekenregel: Voeding (W) = Watt totaal × 1,2 (of × 1,3 bij intensief gebruik / warme plekken).


4) Stroom (A) berekenen: handig voor kabel & controller

Voor kabeldikte en accessoires (zoals controllers/verdeler) is de stroom belangrijk.

Formule:I (Ampère) = P (Watt) ÷ V (Volt)

Voorbeeld: 60W aan LED strip op 24V → 60 ÷ 24 = 2,5A. Op 12V zou dat 60 ÷ 12 = 5A zijn.


5) Welke voeding heb je nodig? (constant voltage, IP, dimbaar)

Bij LED strips heb je vrijwel altijd een constant voltage voeding nodig (12V of 24V DC). Let daarnaast op:

  • IP-waarde: binnen in droge ruimtes vaak IP20; vochtige ruimtes/buiten liever IP65/IP67 (of plaats de voeding droog in een kast).
  • Dimbaar of niet: wil je dimmen via een wandschakelaar? Dan heb je een dimbare driver nodig die past bij je dimmethode. (Dimbare LED kiezen kan tricky zijn.)
  • Montage/ruimte: een voeding moet warmte kwijt kunnen. Plaats ‘m niet luchtdicht weggewerkt zonder ventilatie.

Handige keuzehulp: twijfel je over dimmen? Pak deze erbij: LED dimmer kiezen (knipperen oplossen) »


6) Spanningsval voorkomen (dimmer einde strip)

Als een LED strip aan het einde duidelijk donkerder is, komt dat bijna altijd door spanningsval. Oorzaken:

  • te lange strip “door gevoed” vanaf één kant
  • te dunne kabel of te lange kabel tussen voeding en strip
  • hoog vermogen (veel Watt per meter)

Praktische fixes: voed beide uiteinden (power injection), splits in parallel (meerdere takken), gebruik 24V i.p.v. 12V, of plaats de voeding dichterbij.

Belangrijk: LED strips sluit je bij langere lengtes vrijwel altijd parallel aan (elke strip krijgt dezelfde 12V/24V). Niet in serie “achter elkaar” op één voeding-uitgang met dunne draad als het om langere trajecten gaat.


7) Kabeldikte kiezen (mm²): vuistregels + snelle tabel

Bij LED strips is kabeldikte meestal niet het probleem qua “maximale belasting”, maar qua spanningsval. Hoe langer de kabel en hoe hoger de stroom, hoe dikker je kabel moet zijn.

Vuistregels (snel kiezen)

  • Tot ±2A en korte stukken: vaak 2x0,5 mm² of 2x0,75 mm².
  • Tot ±5A: kies meestal 2x0,75 mm² (kort) of 2x1,0 mm² (langer).
  • 5–10A: vaak 2x1,5 mm² (kort) tot 2x2,5 mm² (langer).
  • >10A of lange kabels: kies sneller 2x2,5–4,0 mm² of werk met meerdere voedingspunten.

Snelle tabel (richtlijn, koper): aanbevolen kabeldoorsnede bij “netjes” licht zonder veel spanningsval (kabel = 1 richting vanaf voeding naar strip).

Lengte (m)Stroom (A)12V (mm²)24V (mm²)
1 m2A0,50,5
1 m5A0,50,5
2 m5A0,750,5
2 m10A1,50,75
5 m5A2,51,0
5 m10A4,02,5

Let op: dit zijn richtlijnen voor “net licht”. Bij bundeling, warmte, krappe kokers of extra lange strips: kies liever 1 maat dikker of werk met meerdere voedingspunten.

Exact rekenen (optioneel)

Wil je het precies berekenen? Gebruik dan spanningsval. Voor koper geldt grofweg:

Formule (koper):A (mm²) ≈ (0,035 × L × I) ÷ ΔV
waar L = lengte 1 richting in meters, I = stroom in ampère, ΔV = toegestane spanningsval in volt. (0,035 komt uit 2× koperweerstand per meter.)

Tip: kies als ΔV vaak ~0,5V bij 12V of ~1,0V bij 24V voor een nette installatie. Nog strakker? Neem minder.


8) Rekenvoorbeelden (12V + 24V)

Voorbeeld A: 5 meter, 12V strip

  1. Strip: 14,4 W/m (veelvoorkomend)
  2. Vermogen: 14,4 × 5 = 72W
  3. Voeding met marge (×1,25): 72 × 1,25 ≈ 90W → kies bijv. 100W
  4. Stroom: 72 ÷ 12 = 6A
  5. Kabel: korte aansluiting? vaak 2x1,0 mm² of 2x1,5 mm². Is de voeding ver weg? Ga dikker of werk met meerdere voedingspunten.

Voorbeeld B: 10 meter, 24V strip

  1. Strip: 9,6 W/m
  2. Vermogen: 9,6 × 10 = 96W
  3. Voeding met marge: 96 × 1,25 = 120W → kies bijv. 120–150W
  4. Stroom: 96 ÷ 24 = 4A
  5. Voordeel: lagere stroom = minder spanningsval → bekabeling en lange trajecten zijn makkelijker dan bij 12V.

9) RGB / RGBW / slim: let óók op controller & aansluitingen

Bij RGB/RGBW en slimme strips zit er vaak een controller (of zit hij ingebouwd). Let dan op:

  • Max. watt/ampère van de controller: de controller moet het totale vermogen aankunnen (soms per kanaal).
  • Voeding blijft leidend: ook met controller moet de voeding genoeg watt leveren.
  • Connectoren: kies aansluitmateriaal dat de stroom aankan (bij hogere vermogens liever schroef/las i.p.v. mini-klik).

Populaire categorieën:LED strip RGB »  |  Slimme LED strips »


10) Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Voeding zonder marge: warmer, sneller defect → neem 20–30% extra.
  • 12V kiezen bij lange lengtes: sneller dim aan het einde → kies 24V of injecteer voeding.
  • Te dunne of te lange kabel: spanningsval → dikker kabel of voeding dichterbij.
  • Strip “doorlussen” op één punt: liever parallel splitsen of beide kanten voeden.
  • IP vergeten: voeding in vochtige ruimte zonder bescherming → kies juiste IP of plaats droog.

11) Snelle koopchecklist (kopiëren = klaar)

  • Spanning strip: 12V of 24V?
  • Vermogen: W/m × meters = totaal W
  • Voeding kiezen: totaal W × 1,2–1,3 = voeding (W)
  • Stroom: totaal W ÷ V = Ampère (voor kabel/connector/controller)
  • IP-waarde: IP20 binnen / IP65+ bij vocht/buiten (of voeding droog plaatsen)
  • Dimbaar nodig? Kies dimbare driver + juiste dimmer
  • Kabel: kort = vaak 0,75–1,5 mm²; lang/hoog vermogen = dikker of meerdere voedingspunten

Klaar om te starten? Begin met je strip (12V/24V), reken het wattage uit en pak daarna de juiste driver en kabel erbij.